Straatfotografie is een snelle sport. Hup, je ziet iets leuks, pakt je camera, kadert in een halve seconde, klikt en hopla, op zoek naar de volgende topshot. Tenminste… zo lijkt het soms te gaan.
Tijd om eens een mythe over straatfotografie door te prikken: straatfotografie gaat (niet) steevast supersnel. Wie het genre leert door videootjes op YouTube te kijken, kan de indruk krijgen dat je als straatfotograaf behalve een arendsoog ook het instinct en het reactievermogen van een roofdier nodig hebt. Maar wat als je een slome slak bent? Iemand die (help!) nadenkt voor de sluiterknop wordt ingeduwd?
Ik kan je geruststellen. Ook dan kan je prima straatfoto’s maken. Sterker nog, het is best mogelijk dat je resultaten vaak mooier zijn dan wanneer je als testosterongestuurde stuiterbal door de stad gaat rondklikken.
Geen kat op straat
Ik hoor het vaak in workshops: “Ik dacht dat straatfotografie heel snel ging.” Het beeld leeft dat een goede straatfoto geen moeite kost. Als je maar genoeg meters maakt, vind je vanzelf de ideale foto-opportuniteit. Want raadt niet elke straatfotograaf goede schoenen aan?
Ik heb het zelf ooit gedacht. Lang geleden, toen ik een paar video’s over het genre had gezien. Het zal rond 2016 zijn geweest. Andere tijden waren dat: op YouTube vond je nog niet veel over straatfotografie. De enige constante was de hyperkinetische blogger Eric Kim die deed alsof alles een fluitje van een cent was (en later jammerlijk de pedalen kwijtraakte, maar dat is een ander verhaal). Voor ik die video’s zag had ik al diverse malen aan straatfotografie gedaan. Alleen was ik me daarvan niet bewust. Ik amuseerde me gewoon met een camera op straat, dacht ik.
Ergens een etiket op plakken heeft voors en tegens. Het was leuk om te zien dat ik niet de enige dwaas met een camera op straat was. Toch hielpen die filmpjes me niet echt vooruit. Ze waren eerder frustrerend. In de VS, Mexico, Japan en een hele serie buitenplaatsen in Oost-Azië leken de foto’s zo je camera binnen te vliegen. Maar als ik hier in België de straat op ging, was er vaak geen kat. Laat staan twee katten die ongepland voor mijn lens een tong gingen draaien. En als er wel mensen waren, bestond hun activiteit toch vooral in het bewegen van punt A naar punt B, al of niet als een zombie starend naar een gsm.
Om maar te zeggen: het straatleven in deze contreien is wat gezapiger en zeker niet zo spannend als de hoods waarin sommige straatfotoboys op YouTube lijken te leven.
Gewoon wachten
Gelukkig heb ik al wat grijs haar. Daardoor weet ik dat je in het leven van de nood een deugd kan maken. Ik merkte dat als je ergens maar lang genoeg wachtte, er toch wel iemand in je frame kwam wandelen. De wachttijd gebruikte ik om het gedrag van mensen in de omgeving te observeren.
Zo wist ik op welke plekken ik leven kon verwachten en hoe daar het licht was. Dat hielp me de ideale hoek te kiezen. Meer nog: het licht besliste vaak of ik wel een foto maakte, en niet de vraag of er ergens actie was. Die actie blijft immers meestal beperkt tot een paar passanten, en om passanten te zien heb je geen camera nodig. Een foto moet méér zijn dan een paar mensen op straat.
(lees verder onder de foto)
Ook bepaalde ik zo in alle rust de compositie en welke camera-instellingen geschikt waren. Wat nam ik mee in het frame en wat niet? En als er dan eindelijk iemand was verschenen en ik had afgedrukt, liep ik niet meteen weg. Want een volgende persoon droeg misschien een pimpelpaars kostuum en kon een interessantere foto opleveren. En bij die testte ik dan wellicht gelijk een andere hoek, of een kleiner of groter diafragma. Of een langzame sluitertijd. Of wat dan ook: in straatfotografie zijn er geen regels en dus kan alles, behalve zeggen dat er geen foto mogelijk is.
Cartier-Bresson deed het ook
Ik ontdekte dat ik hoegenaamd niet de eerste was die straatfotografie als slow photography benaderde. Nota bene Henri Cartier-Bresson, volgens velen de oppergod van het genre, werkte ook zo.
Veel van zijn beroemdste foto’s lijken het resultaat van genialiteit gekruid met onwaarschijnlijk geluk. Hoewel die ingrediënten erin zitten, was het vooral een combinatie van geduld en nadenken over de ideale compositie die bij hem de doorslag gaf. De man was gewoon aan het werk. Uit contactvellen blijkt dat hij lang op dezelfde plaats bleef en dan van alles uitprobeerde. Die ene foto die dan later beroemd werd, was er een uit een reeks, en geen toevallige snapshot die hij uit zijn hoed toverde op weg naar het volgende meesterwerk.
Een boek van, ik noem maar iemand, Alex Webb kan tachtig fantastische prenten tellen. Maar die komen dan uit een immens lange rij die we nooit helemaal te zien krijgen, en ze vormen de schaarse hoogtepunten van tientallen jaren fulltime fotograferen. Nogmaals: goede straatfotografie is, voor een deel, gewoon werk. In het Engels noemen ze deze methode niet voor niets work that scene.
Jagen mag, maar moet niet
Natuurlijk kan je straatfotografie ook boefenen in het tempo van Max Verstappen. Dan helpt het als je camera steeds klaar voor gebruik is. Zo verspil je geen tijd als je in een oogwenk de foto van de dag meent te zien.
Tip: de P-stand. Of anders diafragma- of sluitertijdvoorkeuze. Ik geef toe, het is vloeken in de kerk onder fotografen die een foto pas een foto vinden als er handmatig is ingesteld, maar veel professionals hebben geen probleem met automatische standen. Als je daarmee jagend op een briljante straatplaat door de stad trekt, ligt het aan je radar voor interessante scènes en je reactiesnelheid of je met iets moois naar huis gaat.
Snelle straatfotografie kan dus wel, en er zijn fotografen voor wie het prima werkt. Toch: verwacht er niet alles van. Het is zoals soms in de liefde: het beslissende moment kan langer op zich laten wachten dan je denkt. En ben je genetisch van de snelle soort, probeer dan toch eens wat gas terug te nemen, want misschien laat je in jouw rottempo wel veel goeds liggen. Ja, het is doorbijten, maar daarna heb je ook wat. Als je hulp nodig hebt bij langzaam fotograferen, ben je altijd welkom in een van mijn workshops.
Trouwens, ook ik raad goede schoenen aan. Comfortabel schoeisel helpt ook als je lang stilstaat.


Marc, super leuk verwoord, ik kijk of ik nog eens kan met je meelopen op strooptocht…
Dank je, Etienne. Uiteraard altijd weer welkom 🙂