Waarom ik minder Instagram gebruik (en wat méér)

Ik ben het beu. Het lawaai, de drukte, de roep om aandacht, de foto’s die op elkaar lijken. Instagram is verworden tot een eindeloze parade van inhoudsloze plaatjes en videootjes die enkel nog vermoeit in plaats van amuseert of inspireert. En dus ga ik de app minder gebruiken.

De kans bestaat dat je dit herkent. Steeds meer mensen die lang foto’s deelden op Instagram, keren de app de rug toe, of zeggen dat ze er genoeg van hebben. Hoe komt dat? Wat is er misgegaan? Zijn er Instagram-alternatieven voor fans van fotografie? Laten we het daar eens over hebben. Ik ga dit jaar meer doen met datgene waar je nu naar kijkt: mijn website. Tegen de trends in, maar het zal moeten. En misschien kunnen wij elkaar zelfs helpen…

Hierover later meer. Pak eerst een koffie (dit is een wat langer artikel) en lees hoe we elkaar van Instagram kunnen bevrijden.

Instagram toen: ik was fan

Het is een jaar of tien geleden dat ik actief werd op Instagram. Wie hedendaagse straatfotografie wilde ontdekken, kon er niet omheen. Je plaatste er foto’s op (een voor een, niet twintig in een post zoals nu) en die werden chronologisch getoond aan je volgers. Via hashtags (toen dertig en niet vijf zoals vandaag) kon je andere straatfotografen vinden en mensen die van het genre hielden.

De app heeft er mede voor gezorgd dat straatfotografie populairder is dan ooit. En ik heb veel fotografen leren kennen in binnen- en buitenland die verrassend en interessant werk maakten. Instagram was (en is) handig om andere genres te ontdekken. Ook fijn, want je wordt een betere straatfotograaf als je verder kijkt dan de stoeprand.

Kortom, ik heb lang en graag op Instagram gezeten, zonder enig schuldgevoel. Ik verdeed er mijn tijd niet. Integendeel, het hielp me vooruit. En ik vond er een publiek voor mijn foto’s dat positief reageerde op wat ik deed. Mensen met wie ik graag mijn werk deelden.

Instagram vandaag: scrollen verplicht

En wat zie ik vandaag in mijn feed?

Vooral materiaal waar ik niet om vraag. Advertenties voor boekhoudprogramma’s, maaltijdpakketten en allerhande troep die niks met fotografie te maken heeft, videootjes van net meerderjarig geworden marketingfiguren die je eeuwige roem beloven, vreselijke liedjes die ongevraagd mijn kamer vullen, clips uit tv-programma’s die je koud laten en heel veel “suggesties” ofwel posts van accounts waarvan Instagram meent dat ik ze wil volgen maar die vooral foto’s tonen die populaire stijlen kopiëren. Kortom, meer eenheidsworst en steeds minder fotografie die je kan verbazen. En oh ja, soms nog een beeld van iemand die ik volg…

Je bent ook zelf minder zichtbaar. Vroeger wist je wie jouw foto’s te zien kregen. Tegenwoordig niet. Wat wel zeker is: de mensen die jou volgen krijgen je foto’s steeds minder te zien. Bij wie je foto wel belandt, weet je niet. Je wordt ook zelf een “suggestie” als je foto tenminste aan de normen van Instagrams vleesmolen voldoet.

Je bent de klos als je een foto maakt die afwijkt, die iets abstracter is dan een vriendelijk hap-slik-wegfotootje. Dan weet je van tevoren dat Instagram die voor zo veel mogelijk mensen verborgen zal houden. Een foto die enige hersenarbeid vraagt kost immers tijd, en tijd is geld. Instagram verdient alleen als mensen scrollen en klikken, niet als ze stilstaan, verwonderd raken en genieten.

Monster van Frankenstein

De metamorfose van Instagram begon niet zo lang nadat ik mijn account opende. Nieuwe eigenaar Facebook (nu Meta geheten) begon naar voorbeeld van Snapchat en Tiktok met zogenaamde stories: foto’s of video’s die na 24 uur verdwijnen. De chronologische feed werd vervangen door een algoritme dat meende te weten wat ik wilde zien. En in die stroom beelden doken almaar meer advertenties en video’s (reels in Insta-speak) op ten koste van mensen die ik wilde volgen.

Instagram veranderde in een digitaal monster van Frankenstein: een lap Snapchat, een hap Facebook, een flard X, een snuif Tiktok, een grammetje YouTube en alleen als je een hele sterke bril opzette, zag je nog iets wat vaagweg aan het oude Instagram herinnerde.

Vier jaar geleden deelde de chef van het bedrijf, Adam Mosseri, officieel mee dat Instagram niet meer voor fotografie bedoeld was. Recent bereidde hij de gebruikers voor op de komst van almaar meer AI-filmpjes. Als zetbaas van Meta was hij daar uiteraard ongelooflijk enthousiast over, ook al hield hij een schijn op van vaderlijke bezorgdheid.

Mensen willen volgens hem geen foto’s meer delen, meldde hij. Terwijl de waarheid is dat Mosseri en zijn handlangers de mogelijkheid om foto’s te delen in een aantrekkelijke app bewust kapot hebben gemaakt.

Enter enshittification

Instagram is het schoolvoorbeeld van enshittification, een begrip dat in 2022 werd bedacht door de Canadese schrijver Cory Doctorow en nu al in Engelse woordenboeken staat.

Wat is enshittification? Het betekent dat een internetplatform eerst goed is voor zijn gebruikers, fotofans in het geval van Instagram. Ze krijgen wat ze zoeken. Op die manier worden zoveel mogelijk mensen gelokt, liefst ten koste van de concurrentie. Tussen de bedrijven door maken de dopaminekicks van likes de gebruikers verslaafd zodat ze er nog meer tijd aan besteden.

Vervolgens worden de gegevens van die mensen misbruikt om de app of website aantrekkelijk te maken voor zoveel mogelijk adverteerders. Persoonlijke data worden verkocht, zodat adverteerders een doelgroep op maat krijgen.

In de volgende fase hebben zowel gebruikers als adverteerders haast geen andere keus meer dan te blijven. Alternatieven zijn weg. De eigenaren van het platform kunnen dan doen en laten wat ze willen. Wat erop neerkomt dat het platform volgestouwd wordt met zo veel mogelijk betaalde content, hoe slecht ook, en functies die gekopieerd worden van andere apps.

Enshittification zie je overal in de digitale wereld: Facebook, Google, Amazon, Tiktok, X (het vroegere Twitter) en Instagram zijn enkel de meest duidelijke voorbeelden. Altijd weer hebben ze als resultaat dat de mensen die de software groot hebben gemaakt zich in de kou gezet voelen, en nergens meer heen kunnen.

De oorspronkelijke gebruikers plaatsen daardoor almaar minder berichten. Dat zie je op Instagram en nog sterker op Facebook waar zelfs veel van je meest levendige neefjes, nichtjes en oude schoolkameraadjes in lethargie lijken verzonken. De platforms malen daar niet om. Ze opereren ondertussen op zo’n grote schaal dat er altijd genoeg actieve gebruikers over zijn, en anders vullen ze de feed wel met berichten van bots (door AI gestuurde programma’s). Heel veel internetverkeer bestaat tegenwoordig uit bots in plaats van mensen.

Terug naar de chronologische feed

Instagram krijgt veel kritiek op al zijn strapatsen, vooral uit de hoek van mensen die echt om fotografie geven. Sinds kort kan je daarom ook weer een chronologische feed bekijken, zoals vroeger. Maar die opent zich nooit vanzelf. De optie zit verborgen in het keuzemenu bovenaan. Er is ook een functie voor Favorieten: accounts die je graag bezoekt.

Dit lijkt een mooie tegemoetkoming. Als je wil kan je zo de schreeuwerige rommel die Instagram nota bene “Voor Jou” noemt bijna negeren.

Helaas werkt het zo bij enshittification dat alles wat goed is, uiteindelijk verdwijnt: hoe meer mensen terugplooien op de chronologische feed, hoe groter de behoefte van Instagram zal zijn om ook die met advertenties vol te gaan plempen. Of ze vervangen de optie weer door iets anders.

Als gebruiker sta je machteloos. Het is niet verwonderlijk dat zelfs jonge mensen die zijn opgegroeid met smartphones en geen wereld zonder internet kennen, almaar vaker moe worden van al die apps en kiezen voor een “digitale detox”.

Instagram-alternatieven?

Wie Instagram beu is maar toch foto’s met anderen wil delen, komt vroeg of laat uit bij de vraag: zijn er alternatieven? Ja. Maar die lossen de kern van het probleem niet op.

Fotografie is communicatie. Je wil iets vertellen en dat krijgt pas betekenis als je mensen hebt die het verhaal zien. De kracht van het oude Instagram was dat het fotografen, zowel amateurs als professionele, in contact bracht met een publiek dat niet uitsluitend uit fotografen bestond. Iederéén zat er: je gekke tante die hooguit een plaatje op een communiefeest schoot, maar ook de kunstenaar om de hoek, de galeriehouder in de stad en beroemde fotografen van eerbiedwaardige persagentschappen. Dat maakte Instagram uniek.

Oudere fotosites als Flickr en 500px lokten vooral hobbyfotografen en misten dat brede, gemengde publiek. Ze bestaan nog, maar hebben veel gebruikers zien vertrekken en zijn er niet in geslaagd zichzelf opnieuw uit te vinden.

Vero: de hype

De laatste jaren duiken er met regelmaat nieuwe apps die beloven “het oude Instagram” te zijn. Zo was er een tijdje geleden Vero, een fotografie-app zonder advertenties en algoritmes. Vero werd een hype: maandenlang beleden fotografen op YouTube en sociale media hun liefde voor de app.

Vero zag er best mooi uit. Maar als fotograaf begon je er bij nul. Je volgers verhuisden niet mee. Ze bleven waar ze zaten. De reden is dezelfde als waarom mensen ook op Facebook blijven, ondanks dat er andere sociale netwerksites zijn. Hun vrienden zitten op Facebook en die willen ze niet verliezen. Al is dat probleem kleiner dan menigeen denkt, want door de algoritmes zien ze elkaars bijdragen nauwelijks nog. De opwinding over Vero verdween even snel als ze kwam.

Foto App, de foto-app

Een recenter alternatief is Foto App. Het idee erachter is even simpel als de naam: foto’s in een chronologische feed, tags die je kiest uit een vaste lijst, geen stories of reels, geen advertenties. Je ziet ook niet hoeveel volgers iemand heeft, zodat alle aandacht op de foto’s blijft.

Zo heb ik het graag. Maar ook hier bots je op hetzelfde probleem. Het publiek, als het al weet dat de app bestaat, komt vooralsnog niet mee. En wat brengt de toekomst? Apps kosten geld en investeerders verwachten winstcijfers. Foto App gokt op betaalde accounts. Een basisaccount is gratis, maar voor extra toeters en bellen moet je je kredietkaart trekken. De ervaring leert echter dat de meeste mensen geen geld willen neerleggen voor zulke apps als de basisfuncties al erg goed zijn. En dan kom je op het punt waar Instagram zich bevond tien jaar geleden. We weten hoe dat is afgelopen.

Ook Pixelfed en Flashes beloven het paradijs voor fotoliefhebbers. Pixelfed kreeg ik nooit aan de praat. De app bleef maar crashen bij het openen van een account. Geen goed voorteken. Flashes is een app van het Twitter-alternatief Bluesky, lijkt veel op het oude Instagram maar kampt net als het moederbedrijf met te weinig gebruikers.

Bouw je eigen galerie

Dit is waar we in 2026 zijn beland: sociale media, ooit apps waarop mensen gemakkelijk ervaringen en foto’s konden delen met gelijkgestemden, zijn verworden tot onophoudelijk luidruchtige flipperkasten die enkel nog aandeelhouders bedienen. De vraag is niet meer welke app beter is, maar of apps nog wel de plek zijn voor fotografie die van de kijker meer dan een nanoseconde aandacht verlangt.

Ik hou van mijn foto’s (de goede toch…) en deel ze graag op een manier die recht doet aan de beelden. Dat betekent: zonder een algoritme dat me opjaagt verder te scrollen. Als apps dat niet meer kunnen, dan moet ik de juiste omgeving zelf creëren.

Een eigen website geeft die omgeving, aangevuld met een nieuwsbrief die mensen uitnodigt foto’s te bekijken. En dus ga ik de plek waar we hier zijn meer gebruiken om foto’s te delen, bovenop de meer algemene informatie die ik sowieso blijf geven.

Maar websites zijn toch dood?

Gelukkig heb ik deze site en de luxe van veel abonnees. Wie nu een eigen website start, heeft een lange aanloop nodig. Doordat mensen verslaafd zijn aan apps en AI zoekmachines van het leven berooft, hebben haast alle sites het tegenwoordig zwaar. Bezoekersaantallen lopen overal terug.

Het is dus een beetje gekkenwerk om er nu meer op in te zetten. Maar anders dan populaire doemdenkers geloof ik niet dat websites helemaal verdwijnen. Op je eigen site ben jij de baas, en die behoefte blijven mensen houden. Door de geschiedenis zie je mensen steeds terugkeren naar een oervorm van communicatie waarin een gevoel van authenticiteit centraal staat.

Voorbeeldjes:

  • Vinyl werd cd werd stream. En toch kopen vandaag ook jonge mensen weer massaal vinyl.
  • Het ebook deed het tot ongeveer 2020 wereldwijd erg goed, en hoewel het een blijvertje lijkt te zijn, is de rek eruit en blijft het gedrukte boek de markt domineren.
  • Non Fungible Tokens (digitale kunstwerken) waren eventjes hot, maar zijn nu weer een tamelijk marginaal verschijnsel, terwijl de handel in fysieke kunstwerken blijft groeien.

Muzikanten houden van vinyl omdat het geluid ervan lijkt op dat in de opnamestudio. Schrijvers voelen warmte als ze hun eigen boek in de hand kunnen houden. En een fotograaf drukt foto’s af om ze tot leven te brengen. De mensen die dat kopen, willen iets dat echt en tastbaar is, dat gevoelswaarde heeft en ze direct verbindt met de makers.

In de digitale wereld staat een eigen website voor dat contact. Het is een directe lijn met een fotograaf of artiest, zonder dat er een techbedrijf uit de entourage van Donald Trump tussenstaat.

Bouw mee aan een netwerk

Fotografen met een eigen website kunnen zichzelf en anderen helpen door elkaars werk onder de aandacht van een groter publiek te brengen. Dat gebeurt al in podcasts en op YouTube. Daar kom je nog mensen tegen die met hart en ziel, en zonder de betekenisloze vluchtigheid van Instagram, hun liefde voor de fotografie bezingen.

Het kan ook via groepsexposities en nieuwsbrieven. Niemand haalt daarmee de grote aantallen die Instagram voorspiegelt, maar de mensen die je bereikt zijn gemotiveerd: alleen echte fotografieliefhebbers volgen nieuwsbrieven en podcasts. Voor deze mensen ben je als fotograaf méér dan de maker van het zoveelste mooie plaatje in de zoveelste vermoeiende scrollsessie.

Via deze website ga ik voortaan maandelijks nieuw werk presenteren. Ook wil ik hier vaker aandacht vragen voor anderen. Daar heb ik jouw hulp voor nodig. Wie mooie foto’s maakt en een eigen site heeft, mag zich melden!

Weg van Instagram?

Ik ga niet helemaal weg van Instagram, maar ben wel al begonnen met het minder vaak te gebruiken. Het geeft rust om de app niet meer zo vaak te openen. Ik geef wel toe: helemaal opstappen is moeilijk. Er zitten fotografen op die ik enkel daar kan volgen. Die kom ik dan tegen in de volgersfeed, voor zo lang die bestaat. En soms voel ik die ouderwetse aandrang om snel even een plaatje te delen. Waar ik dan best aan wil toegeven.

Niets menselijks is mij vreemd, ondanks alles. Maar ik bedank ervoor om nog langer afhankelijk te zijn van enshittification.

Ontvang updates over straatfotografie en nieuwe workshops, en een gratis ebook!

2 gedachten over “Waarom ik minder Instagram gebruik (en wat méér)”

  1. Dag Marc,
    Ik meld me in ieder geval aan met mijn website framesbyme.com.
    Reden van het opzetten is heel gelijklopend als de redenen die jij opsomt, ik wil ook minder afhankelijk zijn van de grillen van één of ander algoritme.
    In ieder geval helemaal mee met je gedachtengang en initiatief…

    /Yves

  2. Heel mooi verwoord en ik betrapte me er zelf op dat ik Instagram hoe langer hoe minder gebruikte de laatste 2 jaar, enkel nog nodig had omdat ik voor mijn job de sociale media van werkgever behartig. Voor de rest gebruik ik het amper en post ik amper 3 foto’s op een jaar. Een nieuwe website heropmaken is inderdaad iets wat ik al een tijdje overweeg. Ben helemaal mee met jouw gedachtengang in bovenstaande tekst. Stof tot nadenken.

    /Domi

Reacties zijn gesloten.

Scroll naar boven