De wind blies zachtjes door mijn haar, de hemel beloofde lente, de lucht rook naar pollen en op straat was het stil. Plaats van handeling: Sint-Andries, een van de fijnste wijken van Antwerpen, een dorp in de stad. Er woont van alles: rijk, arm, jong, oud, ondernemer, artiest, arbeider, student, alle kleuren en geloven.
Ik kwam van de Nationalestraat en maakte een doorsteek richting Schelde, op zoek naar een foto met zon en water. Maar ik kwam niet verder dan de Willem Lepelstraat. De motorkap van een geparkeerde SUV, de gevels van sociale woningen en een streep licht zorgden samen voor een kleine visuele verrassing die de strakke lijnen van het woningblok speels in de plooi legde.
Het enige wat ontbrak was een mens. Beton en staal zijn koud, vlees en bloed zijn warm. Samen heb je evenwicht.
Ik wist dat ik wellicht lang moest wachten. Mensen op een foto krijgen lijkt niet moeilijk in de stad, maar schijn bedriegt. Op de Meir, de Turnhoutsebaan en de Groenplaats is altijd wel volk. Maar in gewone straten kan het haast akelig rustig zijn.
Gek eigenlijk. Boven Groenland worden blikken met Bekende Vlamingen gedropt. Voor een strand gaan mensen naar Bali en een wandeling eindigt voor steeds meer Vlamingen in Machu Picchu. Maar wie komt er nog weleens in een gewone straat in Antwerpen?
Het antwoord verscheen na tien minuten: de pakjesbezorger! Wat zou er in dat platte pakket zitten, vroeg ik me af. Misschien een salontafelboek met prachtfoto’s van zonsondergangen boven water in exotische streken?
Oorspronkelijk gepubliceerd in de Gazet van Antwerpen, 2024.
