Wat deze straatfotograaf van corona leerde

Bijna twee maanden duurt ze al: de coronacrisis. Intussen zijn er wat maatregelen verslapt, maar er is nog veel onzeker. Workshops zijn nog niet toegelaten. Toch begint straatfotografie met enige aanpassingen langzaam weer een optie te worden. Hebben twee maanden zónder straatfotografie mij ook iets geleerd? Zeker. Drie dingen.

1. Ik heb het wel nodig.

Ik grijp al enkele tientallen jaren geregeld naar een camera. Toch is straatfotografie pas rond 2017 een heuse verslaving geworden. In die periode liepen er een paar zaken in mijn leven grondig mis. De straat op en foto’s maken bleek van therapeutische waarde. Enkel bezig zijn met door de stad dwalen en observeren, en zien of ik daar een mooi plaatje van kon bakken: dat hielp.

Heel wat sinjoren hebben intussen mijn foto’s bevolkt en zijn vertrouwde gezichten geworden zonder dat ik ze ooit gesproken heb. En ik weet intussen welke Antwerpse brievenbussen dringend aan een reparatie toe zijn. Al die mensen en decors hebben mij zorgen doen vergeten.

Hoewel veel van de ellende van toen tot het verleden behoort, heeft straatfotografie die kalmerende werking behouden. Is er stress in mijn leven, dan blaas ik stoom af door met de camera naar buiten te gaan. Dat werkt zo goed dat ik het nodig heb, zoals anderen niet meer zonder antidepressiva, alcohol of hardlopen kunnen.

En dus is het leven niet gemakkelijk sinds dat klotevirus de voordeur op slot heeft gedaan. Niet dat ik opeens ongenietbaar ben – toch niet erger dan anders, vermoed ik – maar er huist wel een semipermanente onrust in me: een drang om naar buiten te gaan en die geheugenkaart van 128 GB in één middag vol te plempen. Een uitlaatklep is goed voor de geestelijke gezondheid. Ik heb al overwogen, mocht buiten fotograferen niet meer mogen, weer muziek te gaan maken. De Nationale Veiligheidsraad is hiermee gewaarschuwd.

2. Toeval: daar gaat het om.

In de eerste weken van de zogenoemde lockdown fotografeerde ik wat er aan mijn vensters voorbijtrok. Het had zijn charmes, maar als je aan een doodlopende straat woont, levert het niet direct bruisende taferelen op. Alle joggers en uitgelaten honden staan er nu wel op.

Zoals zo veel fotografen, richtte ik mijn camera ook op het interieur van mijn eerder bescheiden appartement. En ik geef toe, ook dat ging best. Een stilleventje hier, een abstractje daar, en tussendoor een schaduwtje. Daar zaten foto’s tussen die ik onmogelijk slecht kan vinden. Het is waar wat ze zeggen: als je zo thuis bezig bent, zie je weleens dingen, of beter: mogelijkheden die je eerst niet zag. Maar is dat voor mij genoeg?

Het onverwachte, het ongecontroleerde van straatfotografie vind je thuis niet. De omgeving verrast niet. Die heb je immers (deels) zelf gekozen. En op toevalligheden en onverwachte ontmoetingen tussen je eigen vier muren moet je niet rekenen. Al helemaal niet wanneer de federale regering een algemeen toegangsverbod heeft afgekondigd. Daardoor voelen die stilleventjes, abstractjes en schaduwtjes toch een beetje minder spannend, hoe snoezig ze soms ook zijn. Ik besef nu meer dan ooit dat de grote aantrekkingskracht van straatfotografie voor mij in het toeval, de onvoorspelbaarheid zit.

3. Oude foto’s zijn (soms) zo slecht nog niet.

Vroeger waren het schoendozen en fotoalbums. Tegenwoordig staan oude foto’s op harde schijven of zoals bij mij, in de cloud. De voorbije twee maanden was ik geregeld in de wolken. Ik neusde urenlang door virtuele mappen vol straatfoto’s waarvan ik het bestaan vergeten was.

Veel ervan mag vergeten blijven, weet ik nu. De meerderheid, om eerlijk te zijn. Straatfotografie is ongetwijfeld het meest vervuilende genre ter fotowereld: veel straatfotografen, inclusief mezelf, kunnen de delete-knop erg moeilijk vinden, en dus staan er op deze planeet dag en nacht ettelijke servers energie te verslinden die niks dan brol bevatten. Hou het stil als je een klimaatminister in de familie hebt.

Soms vind je tussen al die rommel toch een juweeltje. Iets wat je toen niet op waarde kon schatten, en zo onterecht in het grote boek der vergeten foto’s belandde. Zulke plaatjes heb ik dank zij corona mogen herontdekken. Een ervan is het meisje met de staart. De ander is de dame met de hond. In laatstgenoemde plaat zag een van mijn trouwe Instagram-volgers zowaar een Magnum agency-waardige foto. Het ontbreekt mij aan voldoende hoogmoed om dat er zelf in te zien, maar rampzalig slecht is hij niet. Hoewel ik nog precies weet wat ik dacht toen ik hem vorig jaar maakte. “Nee, dat is niks”, zei ik tegen mijn fotograferende metgezellin.

Moraal van het verhaal: gun een foto wat tijd voor je hem als bocht bestempelt. En zeker niet zomaar deleten.


Ben jij fotograaf? Het is interessant om te horen wat jij gedaan hebt tijdens de coronacrisis. En hoe je dit ervaren hebt. Reageer hieronder op dit artikel!

4 reacties

  1. Beste,
    Corona heeft mij niet onthouden om in de Koekenstad rond te flaneren en te observeren, te wachten naar momenten om af te drukken. Misschien komen we elkaar nog wel eens tegen ondertussen; hou u gezond.
    Met vriendelijke groeten
    Japo

  2. Ruud

    Mooi inkijkje in je privé-gevoelens en wat straatfotografie kan betekenen, voor jou in het bijzonder. Ik mis het ook , net voor de Corona een nieuw fototoestel gekocht, nog helemaal niet kunnen uitproberen. Ik behoor tot de zogenaamde risicogroep dus ik hou me ook in.
    Maar in mijn eentje even te gaan “hobby-en” zoals ik het altijd noemde, even naar buiten, mis ik zo, niet even met de trein of de bus naar een al of niet rijdend onderwerp.
    De tijd tikt door… ik ben 70…..

Reacties zijn gesloten.