Straatfotografie bewerken? Zeker doen!

Deel deze pagina

Straatfotografie bewerken - Foto: Marc Pennartz

Sommigen vinden dat het niet kan: straatfoto’s bewerken. Of het mag hooguit een beetje. Want straatfotografie moet “puur” blijven, hoor je dan weleens. Jammer, want juist door die houding gaan veel foto’s op in de grijze massa.

Van mij mag bewerken best. Nee, het moet zelfs, denk ik. En ik vind dat je best ver mag gaan in het bewerken van straatfotografie, of post-processing zoals dat in het Engels heet. Het zorgt ervoor dat de boodschap krachtiger overkomt. En door te kiezen voor een consistente look wordt je werk ook herkenbaar. Alle topfotografen bewerken hun foto’s. Sommigen hebben er zelfs personeel voor.

Is bewerken een vorm van vervalsen?

De roep om “pure”, onbewerkte foto’s gaat vaak samen met een zekere nostalgie, het gevoel dat er vroeger meer “authenticiteit” was. Een illusie, helaas. Fotobewerking bestaat al even lang als de fotografie en was ook vroeger een alledaagse praktijk. Het verschil? Toen gebeurde het in de donkere kamer, vandaag aan de computer. De foto’s van de oude meesters komen uit een laboratorium waar vaak behoorlijk gemanipuleerd en gecropt werd. Retoucheren kostte honderd jaar geleden meer moeite dan vandaag, maar het gebeurde ook toen. Het fotorolletje was even goed een schakel die het eindresultaat bij voorbaat beïnvloedde. Kodachrome gaf een andere kleurtoon dan Agfa of Fuji. En bij het afdrukken konden die kleuren versterkt of verzwakt worden: ook wie afdrukte sprak een woordje mee.

Al in de camerafabriek werden en worden er keuzes gemaakt over hoe een foto eruitziet. Als we naar moderne digitale toestellen kijken: de ene sensor levert een hogere beeldkwaliteit dan de andere. In een digitale camera zit software die het resultaat beïnvloedt. Bij het overzetten van een foto van de geheugenkaart naar een RAW-editor verandert het beeld, en nog sterker bij het wegschrijven naar JPEG. Je kan als fotograaf maar beter zelf de controle houden. En dat kan alleen als je bewerkt.

Verbeteren is een must

Ook als de compositie goed is en het onderwerp scherp, valt er in de meeste gevallen nog wat te schaven om de plaat echt beklijvend te maken. Een tikkeltje meer contrast kan wonderen doen, bijvoorbeeld. Of je moet wat croppen omdat je in the heat of the moment een voet van een vreemde of een weggeworpen peuk mee hebt gefotografeerd. Bij een kleurenfoto komen sommige kleuren misschien niet zo over als je had gehoopt. Ook dan biedt fotobewerkingssoftware uitkomst.

In straatfotografie spelen dit soort factoren een nog grotere rol. Straatfotografie is het resultaat van snelle beslissingen. Om maar wat te noemen: anders dan bij de studiofotograaf ontbreekt veelal de tijd om diverse soorten belichting te proberen. De autofocus doet weleens wat anders dan je hersenen, en wie manueel scherpstelt kan een fractie te laat zijn. Schoonheidsfoutjes blijken onder zulke omstandigheden eerder regel dan uitzondering.

Hoe ik bewerk

Dat je een straatfoto bewerkt, is dus goed verdedigbaar. Ook ik doe het.

  • De laatste tijd fotografeer ik steevast in 16:9 formaat, voor liggende foto’s. Dat is het cinemaformaat. De zoeker toont alles in 16:9, maar mijn camera slaat op in 4:3. Uiteindelijk moet ik zelf de boven- en onderrand wegsnijden. De staande foto’s maak ik 3:2. Ik probeer verder zo weinig mogelijk te croppen. In 90 procent van de gevallen snijd ik behalve die twee randen niets weg. Als ik het doe handhaaf ik dezelfde verhoudingen.
  • Er is voor mij een grens aan scherpte. Een zekere onscherpte oogt mooier en vooral natuurlijker dan wat je krijgt met een extreem naar rechts geschoven clarity. Soms haal ik de scherpte zelfs omlaag.
  • Ik probeer consequent te zijn. Dit houdt in: steeds dezelfde keuzes maken bij de bewerking, bijvoorbeeld bij kleurinstellingen en contrast. Door elke foto gelijkaardig te benaderen, kan je een eigen stijl krijgen. Voer steeds een aantal gelijkaardige stappen uit en sla ze eventueel op als preset of macro. Het nabewerken duurt dan een stuk korter.
  • Fotosoftware is voor mij geen anti-agingcrème. Ik maak niets mooier of lelijker door te gummen of het te vervangen. Kromme lijntjes blijven krom. Verbeteren is prima, maar het mag geen l’Oreal-reclame worden noch een propagandaposter van Stalin.
  • Presets (of kant-en-klare filters) van andere fotografen of die bij de software zitten gebruik ik niet. Die zijn ontworpen voor de foto’s die andere fotografen maken, maar niet voor mijn foto’s, dan wel op basis van algemene opvattingen over wat mooi is. Als je graag snel werkt, maak dan je eigen preset met je vaste bewerkingsmethodes.

Binnen deze beperkingen kan je heel wat doen. En die vrijheid koester ik. Foto’s maak je om naar te kijken. Haal er dus het maximale uit. Dat begint op straat met je camera, maar eindigt pas wanneer je de bewerkte foto opslaat.

Waarmee?

Ik gebruik voor het bewerken Affinity Photo, een programma dat terecht overal lovende recensies krijgt en de concurrentie met Photoshop aan kan. Bekender, ouder en bijzonder populair is Lightroom CC dat een maandabonnement van Adobe vereist. Wie foto’s in RAW-format wil bewerken, vindt met Raw Therapee een prima gratis alternatief, al vraagt het tijd voor je het in de vingers hebt. Een vrij onbekend, maar goed low budget-programma is PhotoScape X Pro.

Mocht je zelf straatfotograaf zijn, neem dan de tijd om te zien hoe je een foto kan verbeteren. Verminder bijvoorbeeld eens de grijsheid als je in zwart-wit werkt. Experimenteer met verzadiging, contrast, schaduw, curves enzovoort.

Expressie staat voorop

Bij fotografie draait het om expressie. Een foto moet weergeven wat je als fotograaf wil zeggen. De enige regels die gelden om dit doel te bereiken, zijn de regels die de fotograaf zichzelf oplegt, en niet de vraag of iemand “puur” en “zuiver” werkt. Want zoals we eerder zagen: puurheid en zuiverheid zijn sowieso een illusie. Nabewerken geeft je de kans om de ingrediënten van een foto echt op smaak te brengen. Alleen zo maak je er jouw foto van.

Terug naar boven