Minder dan een seconde

Deel deze pagina

Mannen aan het werk - straatfotografie Antwerpen

De kist was zwaar. Zo begint De vloek van Woestewolf, een boek van Paul Biegel waarvan ook een spannende tv-serie bestaat. Dat regeltje zit al sinds mijn jeugd verankerd in mijn hoofd. Ik hoorde die vier woordjes weer toen ik deze mannen in de straten van Antwerpen ontmoette. Minder dan een seconde: meer had ik niet om de foto te maken.

Het mooiste aan straatfotografie is het onverwachte. Je weet nooit wat je op de volgende straathoek tegenkomt, in het steegje links, het pleintje daarachter, of in het park waarin je normaal alleen een paar duiven en een rat ziet. Soms, of eigenlijk: best vaak, kom je niks tegen. Leuk is dat niet, maar het hoort erbij. De dag dat ik deze mannen zag, was er zo een. De zon scheen fel, met de belofte van schaduwrijke platen, maar de beelden stelden teleur.

Het was té druk in de stad. Iedereen leek de zon te willen opzoeken. Er zijn straatfotografen die dat prima vinden en juist dan op jacht gaan, hongerig naar mensenmassa’s, babbelkousen en karakterkoppen. Dat zijn de straatfotografen die vooral mensen in beeld brengen. Ik loop niet zo warm voor die aanpak. Je krijgt er drukke foto’s van of veredelde straatportretten. Ik heb een zwak voor simplisme, en iemands gezicht levert niet vanzelf een sprekend portret op.

Der Arbeiter schwitzt

Terug naar huis, het wordt niks, dacht ik na een uurtje rondstappen. Maar op weg naar de tramhalte spotte ik ze. Schaduwen langer dan hun lichaam, bovenlijven in de zon en armen die voor geweldige driehoeken zorgden. Vermoeide mannen, aan het werk op een te hete lentedag, laat in de middag als de middenklasse en de elite de terrassen bezetten. Der Arbeiter tanzt nicht, der Arbeiter schwitzt, zong het Duitse muziekgezelschap Kowalski in een tijd dat Polen met die naam nog achter een ijzeren gordijn woonden. De kist was zwaar en dat is ze nog steeds.

Ja, het ging allemaal door me heen. Maar zo lang als het duurt om de voorgaande alinea te lezen, had ik niet. Ik was maar enkele meters van ze vandaan toen ik ze zag. De vraag of ik ze moest fotograferen stelde zich niet. De camera stond al goed ingesteld, dat wist ik. Ik had kort ervoor in gelijkaardige omstandigheden nog een poging gewaagd iets anders te fotograferen. En als ik buiten ben staat de camera aan. De off-stand is voor thuis. Het was dus een klein beetje door de knieën, richten, de randen van het frame checken, even corrigeren, niet nadenken – klik. Op hoop van zegen.

Alles viel samen, op dat ene moment, en ik wist dat ik een keeper had. Met een scheut simplisme – twee mannen op een stoep, meer moet dat niet zijn – en een portret dat een verhaal(tje) vertelt, terwijl je amper een gezicht ziet. Ik heb de foto in kleur gehouden, ondanks dat er weinig kleur in zit. Maar weinig kan veel zijn. Het blauwgrijs van de kleding, het bruingrijze trottoir, het gebruinde voorhoofd en het groen van het half zichtbare boompje maken de zon voelbaar.


Deel deze pagina