Over mij

Deel deze pagina

Straatfotograaf Marc Pennartz werd geboren in Nederland, en woont nu in België, in de regio Antwerpen. Als journalist schreef hij voor diverse kranten en tijdschriften. Tegenwoordig werkt hij als freelance webredacteur en tekstschrijver. Bezoek marcpennartz.nl voor zijn Nederlandse boeken en artikelen.


Ik kijk graag vanaf de zijlijn. Letterlijk. Figuurlijk. Het centrum van de belangstelling is niks voor mij, maar ik wil wel weten wat er gebeurt. En dat geef ik door, zelfs al zit er niemand op te wachten. Maken en publiceren: ik doe nooit iets anders. Waarom? Dat is vast voer voor psychologen, misschien wel psychiaters. Maar die meen ik juist te vermijden door aan de zijlijn te staan.

Mijn eerste liefde was verhalen verzinnen, vaak verhalen met wortels in de werkelijkheid. De realiteit is immers vreemder dan fictie, zegt het cliché. Journalist werd mijn beroep.

Maar ik heb ook altijd een liefde voor afbeeldingen gehad. Misschien verkoos ik daarom stripboeken op de lagere school. Met “echte” jeugdliteratuur had ik veel minder. Een genenkwestie? Mijn vader was een hobbyfotograaf, mijn broer heeft een fotoboek op zijn naam staan en een neef verdient de kost als uitgever van kunstboeken. Mijn eerste foto’s maakte ik met de afgedankte Kodak Instamatic van mijn broer. Dat was leuk. Maar er zijn veel leuke dingen. Dus schreef ik ook en maakte ik muziek.

Iets weerhield me ervan om meer te fotograferen. Als kind kreeg ik de indruk dat een goede foto maken best ingewikkeld was. Dan stond mijn vader, een ware techneut, een half uur met zijn analoge Praktica over een bloem gebogen en kwam er uiteindelijk één foto uit. Als zijn camera tenminste niet kapot was. Fototoestellen leken in mijn jeugd uiterst breekbaar. Maar de dia-avonden thuis waren evenementen. Vooral de straatbeelden uit Parijs, die vader schoot op een van onze bezoekjes aan de Franse hoofdstad, zag ik doodgraag. Vaders plaatjes van bloemen vond ik daarentegen nooit echt spannend.

Ik was de dertig gepasseerd toen ik mezelf een fatsoenlijke camera gunde. Die zette ik wel meteen professioneel in omdat ik als journalist geregeld foto’s bij mijn verhalen nodig had. Niet dat ik mezelf als persfotograaf beschouwde. Het was gewoon part of the deal en het ging me goed af.

Intussen heb ik geen angst meer voor de techniek. Het gaat allereerst om compositie. De ogen van de fotograaf zijn belangrijker dan de knoppen en wieltjes op de camera. En locatie speelt een rol. Een grote. Ik woonde lang op het Zweedse platteland. Ik ben niet als mijn vader, dus bloemen fotografeerde ik weinig, maar wel natuurschoon. Er was niet veel anders. Een paar jaar geleden keerde ik terug naar de stad en vandaag is het vooral straatfotografie. Veel mensen doen aan straatfotografie. Maar voor mij was het geen bewuste keuze: ik ben me pas al doende gaan realiseren dat mijn foto’s in dat hokje passen. Maar ergens ook een logische ontwikkeling. Ook in straatfotografie maak je iets nieuws op basis van reële gegevens. Het is, hoe fragmentarisch ook, een vorm van vertellen en, als je de foto’s toont, publiceren.

Het is tevens een solitaire activiteit die goed is voor de conditie. De Frans-Amerikaanse straatfotografe Valérie Jardin zei ooit dat ze meer investeert in schoenen dan in fotoapparatuur. Er is veel voor te zeggen. Straatfotografie vereist ook concentratie. Je moet alert blijven. Hierdoor vergeet je zowat alle dagelijkse bekommernissen. En het is spannend. Je weet nooit wat zich om de hoek bevindt. Sommigen doen yoga of mediteren, anderen nemen foto’s. Het helpt om gezond te blijven. Nu, dat hoop ik toch.


Vragen? Suggesties? Neem hier contact op met Marc Pennartz.


Deel deze pagina