10 Tips voor straatfotografie

Deel deze pagina

Wie begint met straatfotografie, raakt snel de kluts kwijt. Wat mag je fotograferen? Hoe doe je dat? Waarmee? Het leuke aan straatfotografie is dat het zo’n breed genre is. Bijna alles kan en mag. Voor de een is dat reden voor gejubel, voor de ander betekent dit keuzestress. Met de volgende tips voor straatfotografie hoop ik je op de goede weg te helpen.

Wees niet bang

Bij straatfotografie gaat het algauw om mensen fotograferen die je niet kent. Eng. Dat vind ik zelf ook. Of dat ooit weggaat? Ervaring helpt, maar ook vandaag voel ik nog een zekere spanning als ik op straat bezig ben. Sommige straatfotografen die al tientallen jaren bezig zijn, zeggen hetzelfde.

Er zijn gelukkig enkele trucjes die helpen problemen te voorkomen. Zoals

  • pretenderen dat je iets achter iemand fotografeert,
  • net doen alsof je op je klapscherm kijkt.
  • positie kiezen en de mensen in jouw richting laten komen,
  • shooting from the hip kan ook, maar levert naar verhouding weinig mooie foto’s op, omdat je zo moeilijk kunt componeren.

Jouw lichaamstaal is belangrijk. Als je ontspannen en zelfverzekerd overkomt, denken mensen eerder dat je een toerist bent. Ook helpt het als je niet te veel spullen bij je hebt. En als er toch iets gebeurt, leg dan uit wat je doet en bied aan de foto te wissen. Het is geen misdrijf om op straat te fotograferen.

Overigens is het voor een goede straatfoto geen vereiste om een camera in iemands neusgat te schuiven. Wie beweert dat je nooit dicht genoeg op je onderwerp kan staan, zegt eigenlijk alleen dat hij of zij van de meer confronterende soort straatfotografie houdt. Maar misschien past die vorm helemaal niet bij jou. Geen nood, het genre is veel breder.

Toon respect, maar word niet paranoïde

Begin 2018 was er veel te doen rond de GDPR, de nieuwe Europese privacywet. Bij sommigen leeft de indruk dat straatfotografie niet langer is toegestaan. De werkelijkheid is genuanceerder. Op de eerste plaats is er veel minder veranderd dan velen denken. In de GDPR komen we grote delen van de oude privacywetgeving tegen. Die was er al jaren en leidde hoogst zelden tot juridische procedures.

Formeel heb je nu vaker dan voorheen toestemming nodig van mensen als je ze fotografeert en vooral ook wanneer je de foto publiceert, al was het maar op Facebook. Maar er zijn uitzonderingen. Zo kan je je bij moeilijkheden beroepen op het “gerechtvaardigd belang”. Foto’s die om journalistieke, artistieke of wetenschappelijke redenen worden gemaakt, vallen onder zo’n gerechtvaardigd belang. Straatfotografie heeft met alle drie raakpunten.

Ik zou me niet te veel zorgen maken. Belangrijker is respectvol optreden. Maak en publiceer geen foto’s van mensen in gênante of privacygevoelige situaties, zeker niet zonder hun toestemming. Anders dan veel andere straatfotografen fotografeer ik in principe geen daklozen, bedelaars of bejaarden die er zichtbaar slecht aan toe zijn. Met kinderen fotograferen heb ik minder moeite, omdat ik niet in iedereen een vieze pedofiel zie, maar ik ben er wel voorzichtig mee.

Apparatuur is niet (heel) belangrijk

Goed nieuws voor je bankrekening: straatfotografie kan met alle soorten camera’s. Er zijn straatfotografen die met een compactcamera of iPhone prachtige foto’s maken. Echt? Ja. De toestellen van Doisneau, Cartier-Bresson en andere zogenaamde grondleggers van het genre waren primitief naar hedendaagse maatstaven. Maar hun foto’s zijn klassiek. Waarom? Ze maakten foto’s die mooi gecomponeerd waren en mensen raakten. Het is wellicht even slikken voor wie zijn laatste maandloon aan een Leica heeft besteed, maar het gaat in fotografie niet om camera’s, maar om de persoon die ze bedient.

Je kan dus met een gsm, maar ook met een grote spiegelreflex de straat op. Maar… een kleiner model camera is wel handiger! Een straatfotograaf maakt lange dagen. En moet de camera steeds in of bij de hand houden om snel te kunnen reageren. Dan is een kleinere, lichtere camera wel zo prettig. Die springt minder in het oog. Een joekel van een spiegelreflex met een toeter van een lens werkt gauw intimiderend.

Ik gebruik een systeemcamera. Kwalitatief doet zo’n toestel niet onder voor veel spiegelreflexcamera’s, maar ze zijn lichter, kleiner, haast even onopvallend als een pocketcamera en je kan er toch diverse lenzen op zetten.

Durf de P-stand te gebruiken

Onder fotohobbyisten kom je redelijk wat snobs tegen. Die vinden het maar minnetjes wanneer je de camera niet handmatig instelt. Lang prakkizeren over de perfecte instelling van je diafragma of sluitertijd: dat is pas écht fotograferen. Zo ging dat vroeger, dus zo moet het.

Ik denk wat anders. Het feit dat er vroeger niks anders mogelijk was, betekent niet dat je jezelf moet bevriezen in de fotografische oudheid. We rijden ook niet meer op de vélocipède naar het werk. Laat de techniek voor je werken. Daar is ze voor uitgevonden. Heel veel bekende straatfotografen, van Thomas Leuthard tot David Gibson, stellen hun camera vrijwel nooit handmatig in, maar vertrouwen op de P-modus. Dan laat je de apparatuur al het instelwerk doen, maar kan je wel ingrijpen mocht het toch niet helemaal goed gaan.

Jouw winst? Je kunt je tijd besteden aan datgene wat er het meest toe doet: de compositie. En je voorkomt dat je het beslissende moment mist omdat je aan de wieltjes van je toestel stond te draaien.

Een vaste lens is fijn, maar niet verplicht

Straatfotografen zweren vaak bij de 35mm-lens. Veel Amerikaanse straatfotografen die in de jaren zestig en zeventig furore maakten, gebruikten niks anders, en de 35mm is sindsdien zowat de standaard. Dit type lens geeft je als kijker het gevoel midden in de actie te staan. Je wordt als fotograaf ook gedwongen dichtbij te komen, wat een pluspunt kan zijn, afhankelijk van jouw stijl. Een vaste lens heeft ook meer scherpte. En steeds dezelfde lens gebruiken geeft je portfolio consistentie.

Maar andere brandpuntsafstanden zijn geen misdrijf. Ik zelf heb van alles geprobeerd, ook veel 35mm, maar gebruik nu vooral 50mm, toevallig ook de brandpuntsafstand waarmee Cartier-Bresson werkte. Voor de minder op actie gerichte foto’s die ik tegenwoordig maak, lijkt 50mm me meer mogelijkheden te bieden. Er is per saldo geen goede of foute keuze. Zelfs een telelens kan. Maar doe er dan iets bijzonders mee. Saul Leiter gebruikte grote lenzen en het platgedrukte beeld werd kenmerkend voor zijn oeuvre.

Zoek de schoonheid in het alledaagse, niet het alledaagse in het alledaagse

Nogal wat straatfotografen doen weinig anders dan in een winkelstraat voorbijgangers fotograferen. Op zich niks mis mee, maar persoonlijk vind ik zo’n hoofdenparade op den duur wat saai. Mensen zijn mensen, en de meeste van ons zien er ook gefotografeerd alledaags uit.

Probeer liever het bijzondere in die situaties te zoeken. Of máák er iets bijzonders van. Dat kan bijvoorbeeld door:

  • onverwachte invalshoeken,
  • opmerkelijke lichtinval,
  • van boven of van onder te fotograferen,
  • afwijkende kleurcombinaties,
  • de camera te kantelen,
  • reflecties in etalages, deuren enzovoort.

Kijk eerst naar zulke mogelijkheden en wacht dan op een voorbijganger die je beeld binnenstapt. Dat levert spannendere, meer creatieve beelden op.

Leer jezelf kennen

Een straatfotografietip die ik te weinig hoor: probeer een eigen taal te ontwikkelen. Fotografie is een techniek die je voor (pas op, hier komt een woord dat menigeen afschrikt) kunst kunt gebruiken. En kunst is een persoonlijke manier om je zelf uit te drukken. Dat wil niet zeggen dat je plots de grote artiest moet gaan uithangen. Maar probeer van je foto’s iets persoonlijks te maken. Ze worden er beter van.

Alleen: hoe bereik je dat punt? Het is normaal als je in het begin van alles doet, zoals mensen op straat fotograferen, van tevoren bedachte composities uitvoeren, vanuit verschillende standpunten werken enzovoort. Ik raad je aan het allemaal te testen. Gaandeweg voel je en zie je wat jou het beste ligt. Dat kan een bepaald thema zijn, of nachtfoto’s of mensen van heel dichtbij… Het kan van alles zijn. Ga je dan daarop concentreren. Zoek naar wat jouw oog en jouw hart anders maakt, en ga daarmee verder. Trek je niet te veel aan van wat anderen zeggen. Adviezen om betere composities te maken zijn welkom, maar bepaal zelf wat en hoe je fotografeert.

Het moet niet altijd scherp zijn

Straatfotografie wordt weleens de jazz van de fotografie genoemd. Je hebt een bepaald frame en daarbinnen kan je eindeloos improviseren en mag je ook allerlei conventies met voeten treden. Dit betekent bijvoorbeeld dat je foto’s niet haarscherp moeten zijn. Joshua K. Jackson, de rijzende ster van de Britse straatfotografie, maakt ze bij de nabewerking zelfs bewust onscherp. Dat vindt hij mooier. Zijn redenering: straatfotografie is een afspiegeling van de straat en daar is het vaak een beetje vuil en onverzorgd. Ik weet niet waar jij woont, maar bij mij is dat ook zo.

Onscherp fotograferen is natuurlijk geen must. Doe wat je graag ziet. Ik deel de mening van Jackson, maar heb het soms ook graag scherp. Maar de essentie is: in straatfotografie moet je niet naar perfectie streven. Op de eerste plaats, omdat je op straat geen controle hebt over je omgeving en dus minder controle over je foto. Op de tweede plaats, omdat zeggingskracht belangrijker is dan technische afwerking.

Ontwikkel een vaste procedure bij de nabewerking

Er zijn straatfotografen die nabewerking in Lightroom of soortgelijke programma’s verfoeien – zelf gebruik ik trouwens Affinity Photo. Alles moet zo puur mogelijk, vindt die stroming, en vaak vinden ze ook dat alles in zwartwit moet. De ergste puristen besluiten om alleen analoog te fotograferen. Want dat is zo authentiek.

Maar helaas. Ook al doe je achteraf niks aan bewerking, hoe een foto eruitziet wordt voor een belangrijk deel door technologie bepaald. Het bewerken begint bij de keuze van je toestel en in je camera, dus waarom zou jij het niet mogen doen? Post processing is niet nieuw of typisch digitaal. Ook vroeger werd er in de donkere kamer driftig aan foto’s geschaafd. Er bestaan geen foto’s die precies datgene tonen wat de fotograaf oorspronkelijk zag.

Er is niks tegen nabewerken. Maar ik zou het bewerken wel beperken. Waarom? Tijd. Als je door een hele stapel foto’s heen moet, spaart een vaste methode uren werk. Dit veronderstelt wel dat de foto in de camera al behoorlijk goed moet zijn. Nabewerking kan geen enkele slechte foto redden. Tenzij je uitgebreid gaat photoshoppen en zwaar gaat retoucheren, maar dan verlaat je het terrein van de straatfotografie.

Veel mensen gebruiken presets, al of niet gedownload van andere fotografen. Handig, maar wat voor de ene fotograaf goed is, werkt lang niet altijd voor de ander. Door je eigen procedure te ontwikkelen creëer je een stijl die je onderscheidt van anderen. Je foto’s maak je zo herkenbaar voor anderen. Dan ben je die gek die telkens een emmer geel over het beeld kiepert.

Komen we bij de laatste tip…

Koop goede schoenen

Op een landschapsfotograaf kan je soms jaloers zijn: als die een berg wil fotograferen, kan hij dat in principe 24/7 doen, 365 dagen per jaar en desnoods zijn leven lang. En als de omstandigheden meezitten, lukt het om binnen een paar minuten een mooie foto van die berg te maken. Gelukzakken.

Een straatfotograaf hangt af van toeval. Op hem of haar wacht geen landschap. Een hele dag door de stad rondbanjeren levert soms geen of maar een handvol behoorlijke foto’s op. Daarom moet je het vaak doen. Veel de straat op. En je ogen scherpen. Zoeken naar details in je omgeving. Fotograferen is kijken.

Wil je straatfotografie serieus aanpakken, dan kost dat veel tijd. Als je eens per maand een halfuurtje fotografeert, zal het niet hard opschieten. Wil je vooruit, heb je dus goede schoenen nodig. Stevige wandelschoenen of behoorlijke sneakers: je voeten zullen je op hun knieën danken. Geen idee hoe dat eruit ziet, trouwens.


Deel deze pagina